Home
Algemene info
-Geografie
-Klimaat
-Geschiedenis
-Bevolking
-Economie
-Samenleving
-Transport
-Praktisch
Ontspanning
-Bezienswaardig
-Watersporten
Hotels
Vliegtickets
Links
El Salvador: Burgeroorlog
Burgeroorlog

De verscherping van de sociale tegenstellingen in de jaren zeventig leidde in de jaren tachtig tot een bloedige burgeroorlog, die meer dan 70.000 levens kostte. Na fraude bij de presidentsverkiezingen van 1972 en 1977 ten gunste van de kandidaten van de met de militairen en economische elite verbonden PCN ging een deel van de oppositie over tot gewapend verzet.

De regimes van kolonel Molina (1972-1977) en generaal Romero (1977-1979) onderdrukten met behulp van paramilitaire doodseskaders, zoals ORDEN, alle vormen van legale en illegale oppositie. Ook het progressieve deel van de invloedrijke Rooms-Katholieke Kerk werd vervolgd. Op 23 maart 1980 werd aartsbisschop Oscar Arnulfo Romero door een extreem-rechts doodseskader vermoord en op 17 maart 1982 vonden vier Nederlandse journalisten de dood na in een hinderlaag te zijn gelokt.

Onder invloed van de gebeurtenissen in het buurland Nicaragua pleegden legerofficieren in oktober 1979 een staatsgreep, waarna een junta van burgers en militairen, gesteund door de Verenigde Staten, aan de macht kwam. Deze benoemde eind 1980 de christen-democraat José Napoléon Duarte tot voorlopig president. Na een interim-presidentschap van de conservatief Alvaro Magaña (1982-1984) werd Duarte bij de verkiezingen van mei 1984 gekozen tot president.

Hoewel formeel ook opperbevelhebber van de strijdkrachten kon Duarte geen eind maken aan de systematische schendingen van de mensenrechten door de militairen. Evenmin slaagde hij erin een vredesregeling tot stand te brengen met de guerrillabeweging FMLN, die in 1981 een offensief begonnen was dat uitmondde in een militaire patstelling.

Op 1 juni 1989 trad Alfredo Cristiani aan als president, nadat zijn partij, de extreem-rechtse ARENA, de parlementsverkiezingen van maart 1988 en de presidentsverkiezingen van maart 1989 gewonnen had. Ook Cristiani slaagde er niet in een eind te maken aan de burgeroorlog. Onder zijn regime nam de vervolging van de oppositie, m.n. leden van de vakbonden, hulporganisaties van de Rooms-Katholieke en Lutherse Kerk en vluchtelingenorganisaties, zelfs weer toe. In nov. 1989 werden zes jezuïetenpriesters vermoord. Besprekingen tussen de regering en het FMLN, dat eind 1989 een nieuw offensief begon, liepen telkens stuk, ondanks pogingen tot bemiddelingen van de Verenigde Naties en de Midden-Amerikaanse staatshoofden.

Nadat op 16 jan. 1992 het vredesakkoord van Chapultepec werd ondertekend, leverden de FMLN-strijdens hun wapens in. Op 15 dec. 1992 werd in San Salvador met een plechtige bijeenkomst het formele einde afgekondigd van de burgeroorlog, die ca. 75.000 mensen het leven heeft gekost.

De parlements- en presidentsverkiezingen van maart 1994, die werden ontsierd door tal van onregelmatigheden, leverden overwinningen op voor de ARENA-partij en voor Armando Calderón Sol, die in juni werd beëdigd als president. Een onderzoekscommissie kwam in juli 1994 tot de conclusie dat de doodseskaders, in de jaren tachtig verantwoordelijk voor de dood van duizenden politieke tegenstanders, nog steeds actief waren. Na de verkiezingen kwam het tot een breuk in de uit vijf groeperingen bestaande FMLN, de voormalige guerillabeweging.

Het begin 1995 gelanceerde economische hervormingsplan beoogde liberalisering van de economie, privatisering van de overheidsbedrijven, een vaste wisselkoers en belastingverhogingen. Het plan bracht in 1995 en 1996 grote sociale onrust teweeg. De vakbonden vreesden banenverlies in een land waar bijna 60% van de economisch actieve bevolking geen of te weinig werk heeft. In maart 1996 sprak president Calderón zich uit voor legalisering van drugs en regulering van de handel erin om zo de problemen van de drugshandel te bestrijden.

Terug